Zuigelingen en peuters


Kinderfysiotherapie bij zuigelingen:

Een baby ontwikkelt zich door te gaan rollen, tijgeren, kruipen, te staan en uiteindelijk te gaan lopen.

U kunt de kinderfysiotherapeut bijvoorbeeld raadplegen wanneer opvalt dat uw baby:

  • Een duidelijke voorkeurshouding heeft (het hoofdje steeds naar één kant ,  beweegt één lichaamshelft meer dan de andere zijde).
  • Veel huilt en/of heel gespannen is.
  • Zich veel (over)strekt of juist erg weinig spierspanning heeft
  • Voedingsproblemen heeft.
  • Moeilijk contact met de omgeving maakt.
  • Over-  of  ondergevoelig is voor aanraken en/of bewegen
  • Zich duidelijk langzamer ontwikkeld dan leeftijdsgenootjes.
  • Veel last van zijn/haar luchtwegen heeft

Maar ook bij aangeboren afwijkingen of ziektes zoals;

  • Spina bifida.
  • Pre-dysmature kind; te vroeg geborene.
  • Plexus brachialis laesie t.g.v. de bevalling.
  • Cerebrale parese
  • Syndromen, bijvoorbeeld het syndroom van Down.

Kinderfysiotherapie bij peuters:

Een peuter ( 2 tot 4 jaar ) leert veel nieuwe vaardigheden zoals rennen, springen, klimmen, fietsen op een driewieler.

Wanneer bijvoorbeeld opvalt dat uw peuter:

  • Moeite heeft met bovengenoemde vaardigheden.
  • Laat of afwijkend loopt, veel struikelt, onhandig is.
  • Er een opvallend verschil is tussen de linker en de rechter lichaamsfuncties.
  • Een lage of juist hoge spierspanning heeft .
  • Hypermobiel (=heel lenig)  is .
  • Het vrvelend vindt om aangeraakt te worden, of te spelen met zand /klei/ vingerverf e.d.
  • Moeite heeft met puzzeltjes e.d.

Maar ook bij orthopedische afwijkingen en/of aangeboren afwijkingen die de motoriek beïnvloeden kan de kinderfysiotherapeut geraadpleegd worden.


Wat kunt u verwachten van de  kinderfysiotherapeut bij de behandeling van zuigelingen en peuters? 

Wanneer u contact met ons opneemt bekijken we samen of de behandeling aan huis zal plaatsvinden of op de praktijk. De kinderen die nog niet zelfstandig lopen, zien we vaak thuis. Behalve dat het voor ouders praktisch is, kan het heel zinvol zijn om samen eens te kijken naar de plaats van het bedje, box en speelgoed. Bij een zuigeling met bijvoorbeeld een voorkeurshouding zijn dit essentiële dingen.

Na een intake gesprek vindt er een onderzoek plaats.  De kinderfysiotherapeut maakt bij het onderzoek gebruik van verschillende testen, zoals testen die de motorische ontwikkeling beoordelen, de spierspanning meten en/of de eventuele afplatting (plagiocephalie) in kaart kunnen brengen.

Na het onderzoek wordt er in overleg met ouders en/of verzorgers een behandelplan gemaakt. De behandeling bestaat bij deze leeftijdsgroep vaak vooral uit adviezen en oefeningen en/of spelletjes die ouders met hun kind kunnen doen.

Ouders krijgen altijd een rapportage van de behandeling van het kind.