Logopedie

Aanmelding
U kunt telefonisch een afspraak maken op nummer  0168-324699                           

Eerste consult.

Tijdens het eerste bezoek inventariseer ik uw persoonlijke gegevens, hierbij vraag ik ook naar: legitimatie, verzekeringspas en de verwijzing van huisarts of specialist. Daarna wordt gevraagd om uw klacht of de klacht van uw kind te omschrijven. Naar aanleiding van de eerste logopedische screening wordt een voorlopige logopedische diagnose gesteld en in overleg met u wordt een volgende afspraak gemaakt voor verder logopedisch onderzoek.

Over het vakgebied van de logopedist kunt u in het linker menu meer vinden.

Hieronder vind u kort wat informatie over bepaalde klachten. In het linker menu zijn de belangrijkste indicaties weergegeven.

 

Nasaliteitsstoornis.

Men spreekt van een nasaliteitsstoornis of neusspraak wanneer de resonantie (de klank) van de spraak afwijkend is: de spraak klinkt te veel of juist te weinig door de neus.

Slissen en lispelen.

Bij slissen of lispelen wordt de /s/ verkeerd uitgesproken. Door te slappe tongspieren of te weinig beheersing van de tongmotoriek klinkt de /s/ onzuiver. In ernstige gevallen wordt het spreken hierdoor slecht verstaanbaar en soms als zeer storend ervaren. Slissen en lispelen gaan vaak samen met afwijkende mondgewoonten. Door het slissen of lispelen kan de stand van het gebit beïnvloed worden. De tong duwt, door de voorwaartse of zijwaartse bewegingen de tanden uit elkaar waardoor bijvoorbeeld een open beet ontstaat. Gebitscorrectie heeft in zo’n geval alleen effect als ook het slissen en de eventuele afwijkende mondgewoonten worden afgeleerd.

Hyperventilatie.

Hyperventilatie is een wijze van ademhalen waarbij adem en lichamelijke activiteit niet goed op elkaar zijn afgestemd. Meestal wordt er te snel of te diep geademd, waardoor extra veel koolzuur (CO2) wordt uitgeademd. Het gevolg hiervan is, dat het koolzuurgehalte in het bloed daalt en er een verandering in de zuurgraad van het bloed optreedt.

Keelklachten bij intensief stemgebruik.

Als men in het dagelijks leven de stem intensief moet gebruiken bij spreken en zingen, kan dit keelpijn tot gevolg hebben. Intensief stemgebruik vermoeit de keel.

Afasie.

Afasie is een taalstoornis die ontstaat door een hersenletsel in de linker hersenhelft. Dit hersenletsel wordt meestal veroorzaakt door een beroerte (CVA), maar kan ook ontstaan door een hersentumor, een ongeval of een andere aandoening in de hersenen. Afasie komt hierdoor meestal voor bij oudere mensen, maar ook bij jongeren kan hersenletsel ontstaan met afasie als gevolg. Verbetering van de taalproblemen treedt op in de eerste drie tot zes maanden van het herstel.

Dysartrie.

Dysartrie is een spraakstoornis die wordt veroorzaakt door een beschadiging van het zenuwstelsel. Hierdoor werken spieren die nodig zijn voor de ademing, de stemgeving en de uitspraak onvoldoende. 

Verbale ontwikkelingsdyspraxie.

Bij sommige kinderen komt het leren praten maar niet of moeizaam op gang. Eén van de oorzaken van het niet of verkeerd spreken kan een verbale ontwikkelingsdyspraxie zijn. Dit is een spraakstoornis die te maken heeft met de beweging: de mond wil niet op de juiste manier bewegen. Het kind heeft problemen met het programmeren, afstemmen en controleren van de bewegingen die nodig zijn voor het spreken.

Eet- en drinkstoornissen.

De moeilijkheden met het eten en drinken komen doordat kinderen de spieren die nodig zijn bij het zuigen, afhappen van een lepel, bijten, kauwen en slikken niet onder controle hebben. Ze verslikken zich regelmatig en spugen veel. Soms krijgen ze daarom het eten via een sonde.

Slikstoornissen.

De mond wordt gebruikt om te spreken, maar ook om te eten en te drinken. Een goede samenwerking tussen lippen, tong, kaken, gehemelte en keel is hiervoor noodzakelijk.

Aangeboren slechthorendheid.

Slechthorendheid is een hoorstoornis waarbij het gehoor licht tot zeer ernstig gestoord kan zijn. Als slechthorendheid aangeboren is, heeft dit invloed op de ontwikkeling van de taal en de spraak. Een kind leert door veel na te doen en te herhalen dat klanken betekenis hebben. Het leert zijn eigen klanken bij te sturen zodat die gaan lijken op de taal die het hoort; op deze manier leert het kind spreken.

Verworven slechthorendheid.

Slechthorendheid is een hoorstoornis waarbij het gehoor licht tot ernstig gestoord kan zijn. Dit kan aangeboren zijn, maar ook op latere leeftijd verworven worden. Aangeboren slechthorendheid heeft invloed op de ontwikkeling van de taal en de spraak. Bij verworven slechthorendheid die na de eerste levensjaren ontstaat is dit minder het geval.